Een blauw led met een doorlaatspanning van 3,2 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 5 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 680 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 12 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 100 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 220 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 6,2 V moet tot 20 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 15 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. R = 1760 Ω
- 2. R = 990 Ω
- 3. VCE = 4,584 V
- 4. VCE = 5,693 V
- 5. IC = 0,9455 mA
- 6. Rmax = 419 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.