Een zenerdiode van 6,2 V wordt gevoed uit 18 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 12 V wordt gevoed uit 18 V via een weerstand van 330 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 75 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 820 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 82 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 15 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 470 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 11 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een zenerstabilisator van 6,2 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 27 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. IR = 53,64 mA
- 2. IR = 18,18 mA
- 3. VCE = 7,33 V
- 4. VCE = 11,75 V
- 5. PZ,max = 54,06 mW
- 6. PZ,max = 477,6 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.