Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 12 V via een weerstand van 150 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 330 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
2 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 20 mA instelt.
Een zenerstabilisator van 12 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 30 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 10 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. IR = 42,67 mA
- 2. R = 1460 Ω
- 3. VCE = 7,182 V
- 4. R = 380 Ω
- 5. PZ,max = 800 mW
- 6. RB = 0,4847 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.