Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 18 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 12 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 470 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 5,6 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 12 V wordt gevoed uit 20 V via 100 Ω en voedt een belasting van 470 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 680 Ω, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een zenerstabilisator van 9,1 V heeft een serieweerstand van 150 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 22 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. IR = 56,36 mA
- 2. IR = 17,02 mA
- 3. VCE = 6,925 V
- 4. IZ = 54,47 mA
- 5. RB = 49,56 kΩ
- 6. PZ,max = 782,6 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.