Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 5 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 9,1 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 100 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 22 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 680 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 10 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 100 Ω over een voeding van 12 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een NPN-transistor met β = 50 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 10 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. R = 1980 Ω
- 2. IR = 109 mA
- 3. IC = 2,71 mA
- 4. VCE = 3,263 V
- 5. ID = 102,7 mA
- 6. RB = 0,5375 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.