Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 15 V via een weerstand van 100 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 6,2 V wordt gevoed uit 15 V via een weerstand van 270 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 50 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 680 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 75 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 330 kΩ vanaf de voeding VCC = 15 V. De collectorweerstand is RC = 2,7 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 5,6 V heeft een serieweerstand van 150 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 11 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 20 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 150 Ω over een voeding van 6 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. IR = 99 mA
- 2. IR = 32,59 mA
- 3. VCE = 9,258 V
- 4. IC = 3,25 mA
- 5. PZ,max = 201,6 mW
- 6. ID = 31,18 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.