Een gelijkspanningsbron van 24 V stuurt stroom door een weerstand van 4,7 kΩ in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 10 V stuurt stroom door een weerstand van 1 kΩ in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 22 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 15 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 25 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 24 V, en de zenerdiode heeft minstens 5 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Een zenerstabilisator van 6,2 V moet tot 10 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 20 V, en de zenerdiode heeft minstens 2 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. I = 4,809 mA
- 2. I = 9,3 mA
- 3. VCE = 12,18 V
- 4. IC = 1,956 mA
- 5. Rmax = 690 Ω
- 6. Rmax = 1150 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.