Een zenerdiode van 3,3 V wordt gevoed uit 12 V via een weerstand van 270 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 330 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 820 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 1,2 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 5,6 V wordt gevoed uit 15 V via 680 Ω en voedt een belasting van 680 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 220 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 19 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een zenerstabilisator van 9,1 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 28 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. IR = 32,22 mA
- 2. ID = 24,12 mA
- 3. IC = 1,654 mA
- 4. IZ = 5,588 mA
- 5. PZ,max = 235,5 mW
- 6. PZ,max = 1720 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.