Een gelijkspanningsbron van 9 V stuurt stroom door een weerstand van 3,3 kΩ in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 560 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 50 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 390 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 5,6 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 16 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 10 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 100 Ω over een voeding van 9 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. I = 2,515 mA
- 2. R = 700 Ω
- 3. VCE = 9,579 V
- 4. VCE = 8,212 V
- 5. PZ,max = 582,4 mW
- 6. ID = 75,91 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.