Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 330 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 470 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 15 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 8,2 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 5,6 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 150 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 9 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. ID = 23,66 mA
- 2. IR = 45 mA
- 3. IC = 1,453 mA
- 4. IC = 5,271 mA
- 5. RB = 7,33 kΩ
- 6. ID = 8,098 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.