Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−Vs​9 VR1​ = 330 ΩR2​ = 470 ΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 330 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 470 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 9 VR1 = 330 ΩR2 = 470 ΩVD = 0,7 V
ID = mA
2.Makkelijk
+−15 V220 Ω5,1 VIR​ = ?

Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 15 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.

Vin = 15 VVZ = 5,1 VR = 220 Ω
IR = mA
3.Gemiddeld
RC​ = 5,6 kΩβ = 150IC​ = ?RE​ = 2,2 kΩVCC​ = 20 VR1​ = 33 kΩR2​ = 8,2 kΩ

Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 8,2 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 5,6 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.

VCC = 20 VR1 = 33 kΩR2 = 8,2 kΩRC = 5,6 kΩRE = 2,2 kΩβ = 150
IC = mA
4.Gemiddeld
RC​ = 1 kΩβ = 120IC​ = ?RE​ = 680 ΩVCC​ = 20 VR1​ = 33 kΩR2​ = 10 kΩ

Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.

VCC = 20 VR1 = 33 kΩR2 = 10 kΩRC = 1 kΩRE = 680 Ωβ = 120
IC = mA
5.Moeilijk
RC​ = 150 Ωβ = 100VCC​ = 9 V5 VRB​ = ?

Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 150 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.

VCC = 9 VRC = 150 Ωβ = 100Vin = 5 VVBE = 0,7 VVCE(sat) = 0,2 V
RB = kΩ
6.Moeilijk
V (V)I (mA)0,799Q = ?

Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 9 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.

Vs = 9 VR = 1000 ΩV0 = 0,7 Vrd = 25 Ω
ID = mA

Antwoordenblad

  1. 1. ID = 23,66 mA
  2. 2. IR = 45 mA
  3. 3. IC = 1,453 mA
  4. 4. IC = 5,271 mA
  5. 5. RB = 7,33 kΩ
  6. 6. ID = 8,098 mA

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.