Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 1 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 4,7 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 5 V stuurt stroom door een weerstand van 220 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 560 kΩ vanaf de voeding VCC = 15 V. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 330 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 470 Ω en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 50 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 100 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 220 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 30 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. ID = 5,151 mA
- 2. I = 19,55 mA
- 3. VCE = 9,254 V
- 4. VCE = 8,013 V
- 5. IC = 1,3 mA
- 6. PZ,max = 400,5 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.