Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−24 VR = ?2 V10 mA

Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.

Vs = 24 VVF = 2 VI = 10 mA
R = Ω
2.Makkelijk
+−20 V220 Ω5,6 VIR​ = ?

Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.

Vin = 20 VVZ = 5,6 VR = 220 Ω
IR = mA
3.Gemiddeld
RC​ = 1 kΩβ = 100IC​ = ?VCC​ = 9 VRB​ = 220 kΩ

Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 220 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.

VCC = 9 VRB = 220 kΩRC = 1 kΩβ = 100VBE = 0,7 V
IC = mA
4.Gemiddeld
RC​ = 2,2 kΩβ = 200RE​ = 1,5 kΩVCC​ = 12 VR1​ = 47 kΩR2​ = 10 kΩ

Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.

VCC = 12 VR1 = 47 kΩR2 = 10 kΩRC = 2,2 kΩRE = 1,5 kΩβ = 200
VCE = V
5.Moeilijk
+−≤ 21 V100 Ω3,3 V

Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 21 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.

Vin,max = 21 VVZ = 3,3 VR = 100 Ω
PZ,max = mW
6.Moeilijk
+−≥ 15 VR = ?6,2 V≤ 20 mA

Een zenerstabilisator van 6,2 V moet tot 20 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 15 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.

Vin,min = 15 VVZ = 6,2 VIL,max = 20 mAIZ,min = 1 mA
Rmax = Ω

Antwoordenblad

  1. 1. R = 2200 Ω
  2. 2. IR = 65,45 mA
  3. 3. IC = 3,773 mA
  4. 4. VCE = 8,636 V
  5. 5. PZ,max = 584,1 mW
  6. 6. Rmax = 419 Ω

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.