Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 220 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 21 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een zenerstabilisator van 6,2 V moet tot 20 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 15 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. R = 2200 Ω
- 2. IR = 65,45 mA
- 3. IC = 3,773 mA
- 4. VCE = 8,636 V
- 5. PZ,max = 584,1 mW
- 6. Rmax = 419 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.