Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−12 VR = ?2,1 V15 mA

Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 15 mA instelt.

Vs = 12 VVF = 2,1 VI = 15 mA
R = Ω
2.Makkelijk
+−18 V330 Ω12 VIR​ = ?

Een zenerdiode van 12 V wordt gevoed uit 18 V via een weerstand van 330 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.

Vin = 18 VVZ = 12 VR = 330 Ω
IR = mA
3.Gemiddeld
+−24 VR = ?2 × 2,2 V20 mA

2 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 20 mA instelt.

Vs = 24 VVF = 2,2 Vn = 2I = 20 mA
R = Ω
4.Gemiddeld
RC​ = 2,2 kΩβ = 100IC​ = ?RE​ = 1,2 kΩVCC​ = 15 VR1​ = 56 kΩR2​ = 10 kΩ

Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 15 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.

VCC = 15 VR1 = 56 kΩR2 = 10 kΩRC = 2,2 kΩRE = 1,2 kΩβ = 100
IC = mA
5.Moeilijk
V (V)I (mA)0,651236,36Q = ?

Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 10 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 330 Ω over een voeding van 12 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.

Vs = 12 VR = 330 ΩV0 = 0,65 Vrd = 10 Ω
ID = mA
6.Moeilijk
+−≥ 18 VR = ?3,3 V≤ 10 mA

Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 10 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 18 V, en de zenerdiode heeft minstens 2 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.

Vin,min = 18 VVZ = 3,3 VIL,max = 10 mAIZ,min = 2 mA
Rmax = Ω

Antwoordenblad

  1. 1. R = 660 Ω
  2. 2. IR = 18,18 mA
  3. 3. R = 980 Ω
  4. 4. IC = 1,213 mA
  5. 5. ID = 33,38 mA
  6. 6. Rmax = 1225 Ω

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.