Een gelijkspanningsbron van 5 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 10 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 2,2 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 1,5 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Een zenerstabilisator van 5,6 V wordt gevoed uit 12 V via 270 Ω en voedt een belasting van 470 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een zenerstabilisator van 5,1 V wordt gevoed uit 24 V via 150 Ω en voedt een belasting van 1500 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 5 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een zenerstabilisator van 5,1 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 15 V, en de zenerdiode heeft minstens 5 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. ID = 9,079 mA
- 2. ID = 1,942 mA
- 3. IZ = 11,79 mA
- 4. IZ = 122,6 mA
- 5. ID = 4,195 mA
- 6. Rmax = 220 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.