Een wit led met een doorlaatspanning van 3 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 24 V via een weerstand van 150 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 150 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 12 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
2 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 9 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 5 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 470 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 22 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 150 Ω, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 10 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. R = 300 Ω
- 2. IR = 122,7 mA
- 3. IC = 1,3 mA
- 4. R = 920 Ω
- 5. IC = 11,82 mA
- 6. RB = 0,5466 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.