Een gelijkspanningsbron van 10 V is via weerstand R₁ = 1 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 4,7 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 25 mA instelt.
2 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 25 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 1000 kΩ vanaf de voeding VCC = 15 V. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 9,1 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 24 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 330 Ω, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 220 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Antwoordenblad
- 1. ID = 9,151 mA
- 2. R = 396 Ω
- 3. R = 304 Ω
- 4. VCE = 12,43 V
- 5. PZ,max = 1356 mW
- 6. IC = 2,364 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.