Een blauw led met een doorlaatspanning van 3,2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 5 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 12 V stuurt stroom door een weerstand van 2,2 kΩ in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
3 wit leds (doorlaatspanning 3 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 20 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 100 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 15 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 5,1 V heeft een serieweerstand van 680 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 22 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een zenerstabilisator van 12 V heeft een serieweerstand van 220 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 24 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. R = 4160 Ω
- 2. I = 5,136 mA
- 3. R = 750 Ω
- 4. IC = 2,201 mA
- 5. PZ,max = 126,7 mW
- 6. PZ,max = 654,5 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.