Een groen led met een doorlaatspanning van 2,2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 5 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 10 V stuurt stroom door een weerstand van 3,3 kΩ in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
3 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 9 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 470 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 6,2 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 26 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 1 kΩ, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Antwoordenblad
- 1. R = 4360 Ω
- 2. I = 2,818 mA
- 3. R = 160 Ω
- 4. IC = 3,532 mA
- 5. PZ,max = 454,7 mW
- 6. RB = 73,3 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.