Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−Vs​9 VR1​ = 2,2 kΩR2​ = 1,5 kΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 2,2 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 1,5 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 9 VR1 = 2,2 kΩR2 = 1,5 kΩVD = 0,7 V
ID = mA
2.Makkelijk
+−Vs​12 VR1​ = 2,2 kΩR2​ = 680 ΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 12 V is via weerstand R₁ = 2,2 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 12 VR1 = 2,2 kΩR2 = 680 ΩVD = 0,7 V
ID = mA
3.Gemiddeld
RC​ = 1 kΩβ = 120RE​ = 470 ΩVCC​ = 12 VR1​ = 47 kΩR2​ = 6,8 kΩ

Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 6,8 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 470 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.

VCC = 12 VR1 = 47 kΩR2 = 6,8 kΩRC = 1 kΩRE = 470 Ωβ = 120
VCE = V
4.Gemiddeld
+−12 VR = ?3 × 3 V5 mA

3 wit leds (doorlaatspanning 3 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 5 mA instelt.

Vs = 12 VVF = 3 Vn = 3I = 5 mA
R = Ω
5.Moeilijk
RC​ = 330 Ωβ = 200VCC​ = 9 V3,3 VRB​ = ?

Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 330 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.

VCC = 9 VRC = 330 Ωβ = 200Vin = 3,3 VVBE = 0,7 VVCE(sat) = 0,2 V
RB = kΩ
6.Moeilijk
RC​ = 470 Ωβ = 80VCC​ = 24 V5 VRB​ = ?

Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 470 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.

VCC = 24 VRC = 470 Ωβ = 80Vin = 5 VVBE = 0,7 VVCE(sat) = 0,2 V
RB = kΩ

Antwoordenblad

  1. 1. ID = 3,306 mA
  2. 2. ID = 4,107 mA
  3. 3. VCE = 9,7 V
  4. 4. R = 600 Ω
  5. 5. RB = 19,5 kΩ
  6. 6. RB = 6,793 kΩ

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.