Een patiënt krijgt 125 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 250 mg. Hoeveel tabletten n geef je? De tabletten hebben een breukgleuf, dus je kunt ze doormidden breken.
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
125 mg250 mg/tablet
n = tabletten
2.Makkelijk
Het voorschrift is 116 mg. De voorraadoplossing bevat 40 mg in 1 mL. Trek de dosis op in de spuit: welk volume V geef je?
116 mg40 mg/1 mL
V = mL
3.Gemiddeld
Een patiënt weegt 25 kg en krijgt 5 mg/kg als eenmalige dosis voorgeschreven. Bereken de dosis D in mg.
25 kg5 mg/kg
D = mg
4.Gemiddeld
Een kind van 36 kg krijgt 2 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 10 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
36 kg2 mg/kg10 mg/mL
V = mL
5.Moeilijk
Een infuus bevat 25000 eenheden van een geneesmiddel in 250 mL. Het voorschrift is 800 eenheden per uur. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h?
25000 stuks/250 mL800 stuks/h
R = mL/h
6.Moeilijk
Je moet 200 mL van een 2% (w/v) oplossing maken uit een 10% (w/v) voorraadoplossing. Welk volume voorraadoplossing V₁ heb je nodig?
C₁ = 10%C₂ = 2%V₂ = 200 mL
V₁ = mL
Antwoordenblad
- 1. n = 0,5 tabletten
- 2. V = 2,9 mL
- 3. D = 125 mg
- 4. V = 7,2 mL
- 5. R = 8 mL/h
- 6. V₁ = 40 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.