Het voorschrift is 230 mg. De voorraadoplossing bevat 100 mg in 2 mL. Trek de dosis op in de spuit: welk volume V geef je?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
230 mg100 mg/2 mL
V = mL
2.Makkelijk
Het voorschrift is 100 microgram (mcg) van een geneesmiddel. De tabletten bevatten elk 0,1 mg. Hoeveel tabletten n geef je?
100 mcg0,1 mg/tablet
n = tabletten
3.Gemiddeld
Een kind van 26 kg krijgt 7,5 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 25 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
26 kg7,5 mg/kg25 mg/mL
V = mL
4.Gemiddeld
Een kind van 38 kg krijgt 2,5 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 25 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
38 kg2,5 mg/kg25 mg/mL
V = mL
5.Moeilijk
Je moet 250 mL van een 5% (w/v) oplossing maken uit een 20% (w/v) voorraadoplossing. Welk volume voorraadoplossing V₁ heb je nodig?
C₁ = 20%C₂ = 5%V₂ = 250 mL
V₁ = mL
6.Moeilijk
Het voorschrift is 940 microgram. De ampul bevat 2 mg/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
940 mcg2 mg/mL
V = mL
Antwoordenblad
- 1. V = 4,6 mL
- 2. n = 1 tabletten
- 3. V = 7,8 mL
- 4. V = 3,8 mL
- 5. V₁ = 62,5 mL
- 6. V = 0,47 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.