Een patiënt krijgt 12,5 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 12,5 mg. Hoeveel tabletten n geef je?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
12,5 mg12,5 mg/tablet
n = tabletten
2.Makkelijk
Het voorschrift is 0,3 mg per injectie. De ampul vermeldt 200 microgram per mL. Welk volume V trek je op?
0,3 mg200 mcg/mL
V = mL
3.Gemiddeld
Een patiënt weegt 22 kg. De voorgeschreven dosis is 5 mg/kg per dag, verdeeld over 3 gelijke giften. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
22 kg5 mg/kg/dag3× per dag
D = mg
4.Gemiddeld
Een kind van 23 kg krijgt 4 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 10 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
23 kg4 mg/kg10 mg/mL
V = mL
5.Moeilijk
Een kind van 12 kg krijgt 10 mg/kg per dosis voorgeschreven van een orale suspensie met 100 mg in 5 mL. Welk volume V geef je?
12 kg10 mg/kg100 mg/5 mL
V = mL
6.Moeilijk
Het voorschrift is 235 microgram. De ampul bevat 0,5 mg/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
235 mcg0,5 mg/mL
V = mL
Antwoordenblad
- 1. n = 1 tabletten
- 2. V = 1,5 mL
- 3. D = 36,67 mg
- 4. V = 9,2 mL
- 5. V = 6 mL
- 6. V = 0,47 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.