Het voorschrift is 0,8 g van een geneesmiddel intraveneus. De gereconstitueerde flacon bevat 200 mg per mL. Welk volume V trek je op?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
0,8 g200 mg/mL
V = mL
2.Makkelijk
Het voorschrift is 34 mg. De voorraadoplossing bevat 10 mg in 1 mL. Trek de dosis op in de spuit: welk volume V geef je?
34 mg10 mg/1 mL
V = mL
3.Gemiddeld
Een patiënt weegt 80 kg. De voorgeschreven dosis is 15 mg/kg per dag, verdeeld over 3 gelijke giften. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
80 kg15 mg/kg/dag3× per dag
D = mg
4.Gemiddeld
Hoeveel milligram geneesmiddel m zit er in 100 mL van een 5% (w/v) oplossing?
5% w/v100 mL
m = mg
5.Moeilijk
Het voorschrift is 590 eenheden van een geneesmiddel dat geleverd wordt als 1000 eenheden/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
590 units1000 units/mL
V = mL
6.Moeilijk
Je moet 100 mL van een 1% (w/v) oplossing maken uit een 25% (w/v) voorraadoplossing. Hoeveel water W moet er bij de voorraadoplossing worden gevoegd?
C₁ = 25%C₂ = 1%V₂ = 100 mL
W = mL
Antwoordenblad
- 1. V = 4 mL
- 2. V = 3,4 mL
- 3. D = 400 mg
- 4. m = 5000 mg
- 5. V = 0,59 mL
- 6. W = 96 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.