Het voorschrift is 0,075 mg van een geneesmiddel. De tabletten bevatten elk 25 microgram (mcg). Hoeveel tabletten n geef je?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
0,075 mg25 mcg/tablet
n = tabletten
2.Makkelijk
Het voorschrift is 0,2 mg per injectie. De ampul vermeldt 100 microgram per mL. Welk volume V trek je op?
0,2 mg100 mcg/mL
V = mL
3.Gemiddeld
Een patiënt van 112 kg heeft een lichaamsoppervlak van 2,02 m². Het voorschrift is 175 mg/m². Bereken de dosis D in mg.
112 kgBSA = 2,02 m²175 mg/m²
D = mg
4.Gemiddeld
Een kind van 32 kg krijgt 4 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 20 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
32 kg4 mg/kg20 mg/mL
V = mL
5.Moeilijk
Het voorschrift is 0,11 mg. De ampul bevat 500 microgram per mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
0,11 mg500 mcg/mL
V = mL
6.Moeilijk
Het voorschrift is 800 eenheden van een geneesmiddel dat geleverd wordt als 5000 eenheden/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
800 units5000 units/mL
V = mL
Antwoordenblad
- 1. n = 3 tabletten
- 2. V = 2 mL
- 3. D = 353,5 mg
- 4. V = 6,4 mL
- 5. V = 0,22 mL
- 6. V = 0,16 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.