Een patiënt krijgt 50 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 100 mg. Hoeveel tabletten n geef je? De tabletten hebben een breukgleuf, dus je kunt ze doormidden breken.
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
Een patiënt krijgt 500 mg van een geneesmiddel voorgeschreven, 3 keer per dag gedurende 14 dagen. De tabletten bevatten elk 250 mg. Hoeveel tabletten N zijn er nodig voor de hele kuur?
Een kind van 25 kg krijgt 5 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 25 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
Een patiënt weegt 60 kg. De voorgeschreven dosis is 7,5 mg/kg per dag, verdeeld over 2 gelijke giften. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Een patiënt weegt 19,8 lb. Het voorschrift is 10 mg/kg als eenmalige dosis, en de voorraadoplossing bevat 250 mg in 5 mL. Welk volume V geef je, met 1 kg = 2,2 lb?
Een infuus bevat 40000 eenheden van een geneesmiddel in 250 mL. Het voorschrift is 1500 eenheden per uur. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h?
Antwoordenblad
- 1. n = 0,5 tabletten
- 2. N = 84 tabletten
- 3. V = 5 mL
- 4. D = 225 mg
- 5. V = 1,8 mL
- 6. R = 9,375 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.