Een patiënt krijgt 100 mg van een geneesmiddel voorgeschreven, 2 keer per dag gedurende 10 dagen. De tabletten bevatten elk 50 mg. Hoeveel tabletten N zijn er nodig voor de hele kuur?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
1.Makkelijk
100 mg2× per dag10 dagen50 mg/tablet
N = tabletten
2.Makkelijk
Het voorschrift is 96 mg. De voorraadoplossing bevat 20 mg in 1 mL. Trek de dosis op in de spuit: welk volume V geef je?
96 mg20 mg/1 mL
V = mL
3.Gemiddeld
Een patiënt weegt 15 kg. De voorgeschreven dosis is 15 mg/kg per dag, verdeeld over 3 gelijke giften. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
15 kg15 mg/kg/dag3× per dag
D = mg
4.Gemiddeld
Een patiënt weegt 22 kg en krijgt 25 mg/kg als eenmalige dosis voorgeschreven. Bereken de dosis D in mg.
22 kg25 mg/kg
D = mg
5.Moeilijk
Het voorschrift is 0,71 mg. De ampul bevat 1000 microgram per mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
0,71 mg1000 mcg/mL
V = mL
6.Moeilijk
Je moet 100 mL van een 1% (w/v) oplossing maken uit een 50% (w/v) voorraadoplossing. Welk volume voorraadoplossing V₁ heb je nodig?
C₁ = 50%C₂ = 1%V₂ = 100 mL
V₁ = mL
Antwoordenblad
- 1. N = 40 tabletten
- 2. V = 4,8 mL
- 3. D = 75 mg
- 4. D = 550 mg
- 5. V = 0,71 mL
- 6. V₁ = 2 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.