Het ritme op deze strip van afleiding II is regelmatig. Gebruik de 300-methode (300 ÷ het aantal grote hokjes tussen twee opeenvolgende R-toppen) om de gevraagde waarde (hartfrequentie) in slagen per minuut te schatten, afgerond op een geheel getal.
Werkblad Interpretatie van ECG-ritmestrips met antwoorden
Meet op deze strip in afleiding II de gevraagde waarde (PR-interval) in seconden.
Meet het QT-interval en het R–R-interval op deze regelmatige strip in afleiding II en bereken daarna de voor de frequentie gecorrigeerde waarde (QTc) met de formule van Fridericia QTc = QT/∛RR (beide in seconden). Geef het antwoord in seconden met drie decimalen.
Interpreteer deze ritmestrip in afleiding II. Welk ritme is het? Klik op je antwoord.
- 1boezemfibrilleren
- 2ventriculaire tachycardie
- 3supraventriculaire tachycardie (SVT)
- 4boezemflutter, 2:1-geleiding
Deze strip in afleiding II toont een AV-blok, dus de boezems en de kamers slaan met verschillende frequenties. Meet het P–P-interval en bepaal de gevraagde waarde (atriale frequentie) in slagen per minuut (1500-methode, geheel getal).
Deze strip in afleiding II toont een AV-blok met een onregelmatig ventriculair ritme. Gebruik de 6-secondenmethode om de gevraagde waarde (ventriculaire frequentie) in slagen per minuut te bepalen.
Antwoordenblad
- 1. hartfrequentie = 86 bpm
- 2. PR = 0,28 s
- 3. QTc = 0,452 s
- 4. supraventriculaire tachycardie (SVT)
- 5. atriale frequentie = 83 bpm
- 6. ventriculaire frequentie = 60 bpm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.