Werkblad Interpretatie van ECG-ritmestrips met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Interpretatie van ECG-ritmestrips: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
II25 mm/s · 10 mm/mV

Deze strip van 6 seconden in afleiding II is onregelmatig, dus de 300- en 1500-methode werken niet. Gebruik de 6-secondenmethode om de gevraagde waarde (hartfrequentie) in slagen per minuut te schatten voor de ventrikels.

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mVstriplengte 6 s (markeringen bij 0, 3 en 6 s)
hartfrequentie = bpm
2.Makkelijk
II25 mm/s · 10 mm/mVregelmatigregelmatig onregelmatigvolledig onregelmatig

Kijk naar de R–R-intervallen op deze strip in afleiding II. Hoe zou je het ventriculaire ritme beschrijven? Klik op je antwoord.

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
  1. 1regelmatig
  2. 2regelmatig onregelmatig
  3. 3volledig onregelmatig
3.Gemiddeld
II25 mm/s · 10 mm/mV

Meet het QT-interval en het R–R-interval op deze regelmatige strip in afleiding II en bereken daarna de voor de frequentie gecorrigeerde waarde (QTc) met de formule van Bazett QTc = QT/√RR (beide in seconden). Geef het antwoord in seconden met drie decimalen.

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
QTc = s
4.Gemiddeld
II25 mm/s · 10 mm/mVboezemfibrillerenjunctioneel ritmeboezemflutter, 4:1-geleidingsinusritme met PVC’s

Interpreteer deze ritmestrip in afleiding II. Welk ritme is het? Klik op je antwoord.

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
  1. 1boezemfibrilleren
  2. 2junctioneel ritme
  3. 3boezemflutter, 4:1-geleiding
  4. 4sinusritme met PVC’s
5.Moeilijk
II25 mm/s · 10 mm/mV

Deze strip in afleiding II toont een AV-blok, dus de boezems en de kamers slaan met verschillende frequenties. Meet het P–P-interval en bepaal de gevraagde waarde (atriale frequentie) in slagen per minuut (1500-methode, geheel getal).

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
atriale frequentie = bpm
6.Moeilijk
II25 mm/s · 10 mm/mVreanimatie (niet-defibrilleerbaar ritme)gesynchroniseerde cardioversieonmiddellijke defibrillatietranscutane pacing

Een patiënt zonder voelbare pols heeft dit georganiseerde ritme op de monitor (pulseloze elektrische activiteit). Welke behandeling noemen de reanimatierichtlijnen voor volwassenen hiervoor? Klik op je antwoord.

afleiding II, 25 mm/s, 10 mm/mV1 klein hokje = 0,04 s, 1 groot hokje = 0,20 sstriplengte 6 s
  1. 1reanimatie (niet-defibrilleerbaar ritme)
  2. 2gesynchroniseerde cardioversie
  3. 3onmiddellijke defibrillatie
  4. 4transcutane pacing

Antwoordenblad

  1. 1. hartfrequentie = 80 bpm
  2. 2. volledig onregelmatig
  3. 3. QTc = 0,443 s
  4. 4. boezemfibrilleren
  5. 5. atriale frequentie = 100 bpm
  6. 6. reanimatie (niet-defibrilleerbaar ritme)

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.