Meet op deze strip in afleiding II de gevraagde waarde (QRS-duur) in seconden.
Werkblad Interpretatie van ECG-ritmestrips met antwoorden
Het ritme op deze strip van afleiding II is regelmatig. Gebruik de 300-methode (300 ÷ het aantal grote hokjes tussen twee opeenvolgende R-toppen) om de gevraagde waarde (hartfrequentie) in slagen per minuut te schatten, afgerond op een geheel getal.
Meet het QT-interval en het R–R-interval op deze regelmatige strip in afleiding II en bereken daarna de voor de frequentie gecorrigeerde waarde (QTc) met de formule van Bazett QTc = QT/√RR (beide in seconden). Geef het antwoord in seconden met drie decimalen.
Meet op deze strip in afleiding II de gevraagde waarde (QT-interval) in seconden.
Deze strip in afleiding II toont een AV-blok, dus de boezems en de kamers slaan met verschillende frequenties. Meet het P–P-interval en bepaal de gevraagde waarde (atriale frequentie) in slagen per minuut (1500-methode, geheel getal).
Een patiënt zonder voelbare pols heeft dit georganiseerde ritme op de monitor (pulseloze elektrische activiteit). Welke behandeling noemen de reanimatierichtlijnen voor volwassenen hiervoor? Klik op je antwoord.
- 1reanimatie (niet-defibrilleerbaar ritme)
- 2transcutane pacing
- 3gesynchroniseerde cardioversie
- 4onmiddellijke defibrillatie
Antwoordenblad
- 1. QRS = 0,1 s
- 2. hartfrequentie = 100 bpm
- 3. QTc = 0,469 s
- 4. QT = 0,48 s
- 5. atriale frequentie = 71 bpm
- 6. reanimatie (niet-defibrilleerbaar ritme)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.