Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding met 84 g eiwit per liter loopt met 40 mL/h gedurende 20 uur per dag. Hoeveel gram eiwit P krijgt de patiënt per dag? Rond af op één decimaal.
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding met 44 g eiwit per liter loopt met 90 mL/h gedurende 24 uur per dag. Hoeveel gram eiwit P krijgt de patiënt per dag? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 76 kg (BMI onder 30) heeft 30 kcal/kg/dag nodig. De sondevoeding levert 1,5 kcal/mL en loopt 16 uur per dag via een pomp. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 50 kg (BMI onder 30) heeft 30 kcal/kg/dag nodig. De sondevoeding levert 2 kcal/mL en loopt 16 uur per dag via een pomp. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kritiek zieke vrouw is 169 cm lang en weegt 149 kg. Het oefenprotocol geeft 2 g eiwit per kg ideaal lichaamsgewicht (Devine) per dag als de BMI 30 tot onder 40 kg/m² is, en 2,5 g/kg ideaal lichaamsgewicht per dag als de BMI 40 kg/m² of meer is. Bereken het eiwitdoel P in g/dag. Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 57 kg krijgt 1500 mL parenterale voeding met 15% dextrose, toegediend over 24 uur. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. P = 67,2 g/dag
- 2. P = 95 g/dag
- 3. R = 95 mL/h
- 4. R = 47 mL/h
- 5. P = 151 g/dag
- 6. GIR = 2,74 mg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.