Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding die 1,5 kcal/mL levert loopt met 95 mL/h gedurende 16 uur per dag. Hoeveel kilocalorieën E krijgt de patiënt per dag?
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt 1000 mL sondevoeding per dag voorgeschreven, via een pomp over 24 uur. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 60 kg heeft 2 g eiwit per kg per dag nodig. De sondevoeding bevat 63 g eiwit per liter en loopt met 60 mL/h gedurende 18 uur per dag. Een eiwitpoeder levert 7 g eiwit per maatlepel. Hoeveel maatlepels n per dag zijn nodig om het tekort aan te vullen? Rond af naar boven op een hele maatlepel.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Gebruik de formule van Devine om het ideale lichaamsgewicht IBW te bepalen van een vrouw die 178 cm lang is (1 in = 2,54 cm). Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt gedurende 24 uur 2000 mL parenterale voeding met eindconcentraties van 15% dextrose en 3,5% aminozuren, plus 100 mL 20% lipide-emulsie (2 kcal/mL). Bepaal de verhouding niet-eiwitkilocalorieën tot stikstof NPC : N (het getal x in x : 1). Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kritiek zieke vrouw is 169 cm lang en weegt 105 kg. Het oefenprotocol geeft 2 g eiwit per kg ideaal lichaamsgewicht (Devine) per dag als de BMI 30 tot onder 40 kg/m² is, en 2,5 g/kg ideaal lichaamsgewicht per dag als de BMI 40 kg/m² of meer is. Bereken het eiwitdoel P in g/dag. Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Antwoordenblad
- 1. E = 2280 kcal/dag
- 2. R = 42 mL/h
- 3. n = 8
- 4. IBW = 68,7 kg
- 5. NPC : N = 109
- 6. P = 121 g/dag
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.