Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding die 1 kcal/mL levert loopt met 70 mL/h gedurende 18 uur per dag. Hoeveel kilocalorieën E krijgt de patiënt per dag?
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt 1920 mL sondevoeding per dag voorgeschreven, via een pomp over 24 uur. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 71 kg heeft 2 g eiwit per kg per dag nodig. De sondevoeding bevat 68 g eiwit per liter en loopt met 60 mL/h gedurende 24 uur per dag. Hoeveel gram extra eiwit ΔP per dag is nog nodig? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 68 kg (BMI onder 30) heeft 35 kcal/kg/dag nodig. De sondevoeding levert 1 kcal/mL en loopt 20 uur per dag via een pomp. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een ernstig zieke man is 182 cm lang en weegt 149 kg. Het oefenprotocol geeft 14 kcal/kg werkelijk lichaamsgewicht per dag als de BMI 30–50 kg/m² is en 24 kcal/kg ideaal lichaamsgewicht (Devine) per dag als de BMI boven 50 kg/m² ligt. Bepaal het energiedoel E in kcal/dag. Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 6,5 kg krijgt 5% dextrose met 39 mL/h. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. E = 1260 kcal/dag
- 2. R = 80 mL/h
- 3. ΔP = 44,1 g/dag
- 4. R = 119 mL/h
- 5. E = 2086 kcal/dag
- 6. GIR = 5 mg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.