Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt 1500 mL voeding per dag voorgeschreven, gegeven als 8 gelijke bolusvoedingen. Welk volume V wordt per bolus gegeven? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding met 44 g eiwit per liter loopt met 80 mL/h gedurende 20 uur per dag. Hoeveel gram eiwit P krijgt de patiënt per dag? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 56 kg heeft een vochtdoel van 35 mL/kg/dag en krijgt alle vocht via een voedingssonde. De voeding bestaat voor 70% uit vrij water en loopt met 80 mL/h gedurende 18 uur per dag. De rest van het vocht wordt gegeven als waterspoelingen elke 6 uur. Welk volume V heeft elke spoeling? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 95 kg (BMI onder 30) heeft 25 kcal/kg/dag nodig. De sondevoeding levert 1,5 kcal/mL en loopt 16 uur per dag via een pomp. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt krijgt gedurende 24 uur 2400 mL parenterale voeding met eindconcentraties van 17,5% dextrose en 6% aminozuren, plus 500 mL 20% lipide-emulsie (2 kcal/mL). Bepaal de totale energie E die de patiënt krijgt in kcal per dag. Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 74 kg krijgt 1800 mL parenterale voeding met 15% dextrose, toegediend over 18 uur. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. V = 188 mL
- 2. P = 70,4 g/dag
- 3. V = 238 mL
- 4. R = 99 mL/h
- 5. E = 3004 kcal/dag
- 6. GIR = 3,38 mg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.