Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding die 1,2 kcal/mL levert loopt met 40 mL/h gedurende 20 uur per dag. Hoeveel kilocalorieën E krijgt de patiënt per dag?
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding met 55 g eiwit per liter loopt met 40 mL/h gedurende 16 uur per dag. Hoeveel gram eiwit P krijgt de patiënt per dag? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 96 kg heeft 1,2 g eiwit per kg per dag nodig. De sondevoeding bevat 84 g eiwit per liter en loopt met 40 mL/h gedurende 16 uur per dag. Hoeveel gram extra eiwit ΔP per dag is nog nodig? Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een man is 162 cm lang en weegt 82 kg. Bepaal het werkelijke gewicht als percentage van het ideale lichaamsgewicht, %IBW, met de formule van Devine (1 in = 2,54 cm). Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 89 kg krijgt 1200 mL parenterale voeding met 15% dextrose, toegediend over 18 uur. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 68 kg krijgt 1000 mL parenterale voeding met 20% dextrose, toegediend over 12 uur. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. E = 960 kcal/dag
- 2. P = 35,2 g/dag
- 3. ΔP = 61,4 g/dag
- 4. %IBW = 140 %
- 5. GIR = 1,87 mg/kg/min
- 6. GIR = 4,08 mg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.