Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding die 1,2 kcal/mL levert loopt met 50 mL/h gedurende 18 uur per dag. Hoeveel kilocalorieën E krijgt de patiënt per dag?
Werkblad Berekeningen bij enterale en parenterale voeding met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een sondevoeding die 1,5 kcal/mL levert loopt met 60 mL/h gedurende 20 uur per dag. Hoeveel kilocalorieën E krijgt de patiënt per dag?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt van 100 kg heeft 1,3 g eiwit per kg per dag nodig. De sondevoeding bevat 63 g eiwit per liter en loopt met 50 mL/h gedurende 24 uur per dag. Een eiwitpoeder levert 5 g eiwit per maatlepel. Hoeveel maatlepels n per dag zijn nodig om het tekort aan te vullen? Rond af naar boven op een hele maatlepel.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een volwassene van 73 kg (BMI onder 30) heeft 35 kcal/kg/dag nodig. De sondevoeding levert 1 kcal/mL en loopt 24 uur per dag via een pomp. Op welke snelheid R stel je de pomp in, in mL/h? Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kritiek zieke vrouw is 157 cm lang en weegt 126 kg. Het oefenprotocol geeft 2 g eiwit per kg ideaal lichaamsgewicht (Devine) per dag als de BMI 30 tot onder 40 kg/m² is, en 2,5 g/kg ideaal lichaamsgewicht per dag als de BMI 40 kg/m² of meer is. Bereken het eiwitdoel P in g/dag. Rond af op het dichtstbijzijnde gehele getal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een kind van 17 kg krijgt 12,5% dextrose met 43 mL/h. Bepaal de glucose-infusiesnelheid GIR in mg/kg/min. Rond af op twee decimalen.
Antwoordenblad
- 1. E = 1080 kcal/dag
- 2. E = 1800 kcal/dag
- 3. n = 11
- 4. R = 106 mL/h
- 5. P = 124 g/dag
- 6. GIR = 5,27 mg/kg/min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.