Werkblad EU-recht met antwoorden

Gratis printbaar werkblad EU-recht: 8 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk

Volgens artikel 258 VWEU wordt een inbreukprocedure tegen een lidstaat normaal ingeleid door:

  1. AHet Europees Parlement
  2. BEen nationale rechter
  3. CDe Europese Commissie
  4. DEen individuele burger
2.Makkelijk

Welk artikel van het VEU staat een lidstaat toe uit de EU te treden?

  1. AArtikel 267
  2. BArtikel 7
  3. CArtikel 50
  4. DArtikel 48
3.Makkelijk

Volgens artikel 288 VWEU zijn aanbevelingen en adviezen:

  1. AVerbindend voor alle lidstaten
  2. BAlleen verbindend voor de Commissie
  3. CNiet verbindend
  4. DNa vijf jaar verbindend
4.Gemiddeld

Wat is volgens artikel 101 lid 2 VWEU het gevolg van een overeenkomst die door artikel 101 lid 1 verboden is en niet is vrijgesteld?

  1. AZij blijft geldig, maar kan niet tegen consumenten worden afgedwongen
  2. BZij moet binnen een jaar opnieuw worden onderhandeld
  3. CZij wordt staatssteun
  4. DZij is van rechtswege nietig
5.Gemiddeld

De gewone wetgevingsprocedure geeft een gelijke wetgevende rol aan:

  1. AHet Europees Parlement en de Raad
  2. BDe Commissie en het Hof van Justitie
  3. CNationale parlementen en de Commissie
  4. DDe Europese Raad en de Centrale Bank
6.Gemiddeld

Francovich (1991) stelde vast dat:

  1. AParticulieren niet-omgezette richtlijnen rechtstreeks kunnen afdwingen tegenover particuliere werkgevers
  2. BLidstaten schadeplichtig kunnen zijn wegens het niet omzetten van een richtlijn
  3. CDe Commissie nationale wetten kan vernietigen
  4. DRichtlijnen horizontale rechtstreekse werking hebben
7.Moeilijk

In Höfner en Elser (1991) werd een Duits openbaar arbeidsbureau voor het mededingingsrecht als "onderneming" aangemerkt omdat:

  1. AHet eigendom was van buitenlandse investeerders
  2. BHet als particuliere vennootschap was ingeschreven en werd gefinancierd uit de vergoedingen die het werkgevers in rekening bracht
  3. CHet elk jaar een grote winst maakte
  4. DHet een economische activiteit uitoefende, ongeacht zijn rechtsvorm en financiering
8.Moeilijk

In Grzelczyk (2001) werd een Franse student in België een bestaansminimum geweigerd. Het Hof oordeelde:

  1. AStudenten hebben in een gaststaat geen rechten op grond van het EU-recht
  2. BHet Unieburgerschap is bestemd de primaire hoedanigheid van de onderdanen te zijn, dus het mocht hem niet op grond van nationaliteit worden geweigerd
  3. CDe uitkering viel volledig buiten het EU-recht
  4. DAlleen werknemers kunnen in een gaststaat sociale uitkeringen aanvragen

Antwoordenblad

  1. 1. C · De Europese Commissie
  2. 2. C · Artikel 50
  3. 3. C · Niet verbindend
  4. 4. D · Zij is van rechtswege nietig
  5. 5. A · Het Europees Parlement en de Raad
  6. 6. B · Lidstaten schadeplichtig kunnen zijn wegens het niet omzetten van een richtlijn
  7. 7. D · Het een economische activiteit uitoefende, ongeacht zijn rechtsvorm en financiering
  8. 8. B · Het Unieburgerschap is bestemd de primaire hoedanigheid van de onderdanen te zijn, dus het mocht hem niet op grond van nationaliteit worden geweigerd

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.