Werkblad EU-recht met antwoorden

Gratis printbaar werkblad EU-recht: 8 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk

Welk artikel van het VWEU regelt het vrij verkeer van werknemers?

  1. AArtikel 101
  2. BArtikel 34
  3. CArtikel 157
  4. DArtikel 45
2.Makkelijk

Welk verdragsartikel bevat het beginsel van loyale samenwerking tussen de EU en de lidstaten?

  1. AArtikel 34 VWEU
  2. BArtikel 50 VEU
  3. CArtikel 267 VWEU
  4. DArtikel 4 lid 3 VEU
3.Makkelijk

Welk artikel van het VEU staat een lidstaat toe uit de EU te treden?

  1. AArtikel 50
  2. BArtikel 7
  3. CArtikel 48
  4. DArtikel 267
4.Gemiddeld

De prejudiciële procedure van artikel 267 VWEU stelt in staat:

  1. AHet Parlement om rechters te ontslaan
  2. BParticulieren om lidstaten rechtstreeks voor het Hof van Justitie in Luxemburg aan te klagen
  3. CNationale rechters om het HvJ EU vragen te stellen over de uitleg of geldigheid van EU-recht
  4. DDe Commissie om lidstaten boetes op te leggen
5.Gemiddeld

De uitzondering voor de "openbare dienst" in artikel 45 lid 4 VWEU omvat:

  1. AElke baan die met overheidsgeld wordt betaald
  2. BAlle banen in de publieke sector, ook die van verpleegkundigen, leraren en spoorwegpersoneel in dienst van de staat
  3. CBanen bij bedrijven met overheidsopdrachten
  4. DBetrekkingen die deelname aan de uitoefening van openbaar gezag en de bescherming van de algemene belangen van de staat inhouden
6.Gemiddeld

Van Gend en Loos (1963) stelde vast dat:

  1. AVerdragsbepalingen alleen de lidstaten binden en voor particulieren nooit rechten scheppen voor de nationale rechter
  2. BVerdragsbepalingen rechtstreekse werking kunnen hebben en particulieren rechten geven die zij voor de nationale rechter kunnen inroepen
  3. CRichtlijnen horizontale rechtstreekse werking hebben
  4. DLidstaten de EU naar believen kunnen verlaten
7.Moeilijk

In de Factortame-zaak oordeelde het HvJ EU dat nationale rechters:

  1. ADe zaak naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten verwijzen
  2. BVoorlopige voorzieningen moeten kunnen treffen die een mogelijk met EU-recht strijdige nationale regel buiten toepassing laten
  3. CNationale wetten moeten toepassen totdat het nationale parlement zelf elke met EU-recht strijdige regel intrekt
  4. DEerst moeten wachten tot het parlement de wet wijzigt
8.Moeilijk

In CIA Security (1996) werden Belgische technische voorschriften die niet, zoals een richtlijn vereiste, bij de Commissie waren gemeld, geacht:

  1. AAlleen nietig te zijn in geschillen tegen de Belgische staat
  2. BBuiten toepassing te moeten blijven, zelfs in een geschil tussen particuliere concurrenten
  3. CGeldig te zijn, omdat richtlijnen geen horizontale rechtstreekse werking hebben
  4. DGeldig te zijn totdat de Commissie een inbreukprocedure begint

Antwoordenblad

  1. 1. D · Artikel 45
  2. 2. D · Artikel 4 lid 3 VEU
  3. 3. A · Artikel 50
  4. 4. C · Nationale rechters om het HvJ EU vragen te stellen over de uitleg of geldigheid van EU-recht
  5. 5. D · Betrekkingen die deelname aan de uitoefening van openbaar gezag en de bescherming van de algemene belangen van de staat inhouden
  6. 6. B · Verdragsbepalingen rechtstreekse werking kunnen hebben en particulieren rechten geven die zij voor de nationale rechter kunnen inroepen
  7. 7. B · Voorlopige voorzieningen moeten kunnen treffen die een mogelijk met EU-recht strijdige nationale regel buiten toepassing laten
  8. 8. B · Buiten toepassing te moeten blijven, zelfs in een geschil tussen particuliere concurrenten

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.