Werkblad EU-recht met antwoorden

Gratis printbaar werkblad EU-recht: 8 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk

Welke EU-instelling doet de meeste voorstellen voor nieuwe EU-wetgeving?

  1. AHet Hof van Justitie
  2. BDe Europese Centrale Bank
  3. CHet Europees Parlement
  4. DDe Europese Commissie
2.Makkelijk

Welk verdrag richtte de Europese Unie op en voerde het EU-burgerschap in?

  1. AHet Verdrag van Rome
  2. BHet Verdrag van Amsterdam
  3. CHet Verdrag van Maastricht
  4. DDe Europese Akte
3.Makkelijk

Hoeveel commissarissen telt de Europese Commissie?

  1. AEén per tien miljoen EU-inwoners
  2. BTwee uit elk van de grotere lidstaten en één uit elk van de kleinere
  3. CEen aantal dat het Europees Parlement elk jaar vaststelt
  4. DEén per lidstaat, de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger inbegrepen
4.Gemiddeld

In Brasserie du Pêcheur en Factortame III (1996) oordeelde het Hof dat staatsaansprakelijkheid:

  1. ABewijs vereist dat de staat opzettelijk handelde
  2. BAlleen voortvloeit uit het niet omzetten van een richtlijn, niet uit andere handelingen van de nationale wetgever
  3. CNooit geldt voor handelingen van een nationaal parlement
  4. DKan voortvloeien uit handelingen van de nationale wetgever, als de schending voldoende gekwalificeerd is
5.Gemiddeld

Costa/ENEL (1964) vestigde:

  1. ADe voorrang van het EU-recht boven nationaal recht
  2. BHet subsidiariteitsbeginsel
  3. CStaatsaansprakelijkheid voor schendingen van het EU-recht
  4. DDe rechtstreekse werking van verordeningen
6.Gemiddeld

Welk artikel van het VWEU verbiedt mededingingsbeperkende overeenkomsten tussen ondernemingen?

  1. AArtikel 102
  2. BArtikel 45
  3. CArtikel 101
  4. DArtikel 107
7.Moeilijk

In Mangold (2005) en Kücükdeveci (2010) stond het Hof een particulier toe zich tegenover een particuliere werkgever op EU-recht te beroepen omdat:

  1. ADe nationale wet door de Commissie was vernietigd
  2. BDe werkgever een verlengstuk van de staat was
  3. CDe richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid na het verstrijken van de omzettingstermijn op zichzelf horizontale rechtstreekse werking had
  4. DHet verbod op leeftijdsdiscriminatie een algemeen beginsel van EU-recht is, dat in een richtlijn tot uitdrukking komt
8.Moeilijk

In Rottmann (2010) trok Duitsland een door bedrog verkregen naturalisatie in, waardoor de persoon staatloos werd. Het Hof oordeelde:

  1. ADe intrekking viel binnen het toepassingsgebied van het EU-recht en moest het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen
  2. BDe persoon kreeg automatisch zijn vorige nationaliteit terug
  3. CLidstaten een eenmaal verleende nationaliteit nooit kunnen intrekken als de persoon daardoor staatloos zou worden
  4. DNationaliteit is zuiver nationaal, dus EU-recht is niet relevant

Antwoordenblad

  1. 1. D · De Europese Commissie
  2. 2. C · Het Verdrag van Maastricht
  3. 3. D · Eén per lidstaat, de voorzitter en de hoge vertegenwoordiger inbegrepen
  4. 4. D · Kan voortvloeien uit handelingen van de nationale wetgever, als de schending voldoende gekwalificeerd is
  5. 5. A · De voorrang van het EU-recht boven nationaal recht
  6. 6. C · Artikel 101
  7. 7. D · Het verbod op leeftijdsdiscriminatie een algemeen beginsel van EU-recht is, dat in een richtlijn tot uitdrukking komt
  8. 8. A · De intrekking viel binnen het toepassingsgebied van het EU-recht en moest het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.