Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal prevalentie in de studie p als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal de positieve likelihoodratio LR+. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 93% en een specificiteit van 95%. Bepaal de positieve likelihoodratio LR+. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 93% en een specificiteit van 80%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 0,5%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Zonder geneesmiddel krijgt 13% van de patiënten in een jaar een bepaalde bijwerking. Het geneesmiddel verhoogt dit risico met een relatief risico van RR = 1,14. Bepaal het number needed to harm NNH: hoeveel patiënten moeten een jaar lang het geneesmiddel gebruiken om één extra patiënt de bijwerking te laten krijgen? Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Antwoordenblad
- 1. p = 5,6 %
- 2. NPV = 95 %
- 3. LR+ = 4,64
- 4. LR+ = 18,6
- 5. PPV = 2,3 %
- 6. NNH = 55
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.