Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Statistiek voor evidence-based practice: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
01 jaarN = 49 000gevallen: 1508nieuwe gevallen: 159P = ?

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 49 000 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 1508 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 159 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de puntprevalentie P aan het begin van het jaar per 1000 inwoners. Rond af op één decimaal.

N = 49 000bestaande gevallen = 1508nieuwe gevallen = 159
P = per 1000
2.Makkelijk
testziekte aanwezigziekte afwezigtotaalpositief343151494abnegatief7479486cdtotaal350630980

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal accuratesse Acc als percentage. Rond af op één decimaal.

a = 343b = 151c = 7d = 479
Acc = %
3.Gemiddeld
gevallencontrolesblootgesteld161290abniet blootgesteld29210cd

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 190 patiënten met een ziekte (cases) en 500 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.

a = 161b = 290c = 29d = 210
OR =
4.Gemiddeld
gebeurtenisgeen gebeurtenistotaalbehandeling136154290abcontrole328582910cd

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 290 patiënten een nieuwe behandeling en 910 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep een bijwerking hadden. Bepaal het number needed to harm NNH: hoeveel patiënten moeten worden behandeld om één extra patiënt de bijwerking te laten krijgen? Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.

behandeling: 136/290controle: 328/910
NNH =
5.Moeilijk
p (%)PPV (%)15%PPV = ?100

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 90% en een specificiteit van 87%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 15%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.

Se = 90%Sp = 87%p = 15%
PPV = %
6.Moeilijk
testziekte aanwezigziekte afwezigtotaalpositief?negatieftotaal10 000

Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 90% en specificiteit 76%. De prevalentie van de ziekte is 20%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?

N = 10 000p = 20%Se = 90%Sp = 76%
FP =

Antwoordenblad

  1. 1. P = 30,8 per 1000
  2. 2. Acc = 83,9 %
  3. 3. OR = 4,02
  4. 4. NNH = 10
  5. 5. PPV = 55 %
  6. 6. FP = 1920

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.