Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal accuratesse Acc als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 38 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 1381 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 332 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 87% en een specificiteit van 82%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 860 patiënten een nieuwe behandeling en 110 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal het relatieve risico RR op de gebeurtenis met behandeling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 91% en specificiteit 86%. De prevalentie van de ziekte is 25%. Hoeveel mensen met de ziekte worden door de test gemist (onterecht negatieven, FN)?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 87% en een specificiteit van 91%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 15%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Acc = 92,4 %
- 2. CI = 8,9 per 1000
- 3. LR− = 0,16
- 4. RR = 0,76
- 5. FN = 225
- 6. PPV = 63 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.