Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 45 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 1722 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 110 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 34 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 661 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 560 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 360 patiënten met een ziekte (cases) en 790 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 5800 persoonsjaren bij met 255 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 4700 persoonsjaren met 52 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een behandeling verlaagt het risico op een gebeurtenis met 45% in relatieve termen (RRR = 45%). In een patiëntengroep is het risico zonder behandeling (CER) 16% over vijf jaar. Bepaal het number needed to treat NNT gedurende vijf jaar om één gebeurtenis te voorkomen. Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 80% en een specificiteit van 99%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 15%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. CI = 2,5 per 1000
- 2. CI = 16,5 per 1000
- 3. OR = 2
- 4. IRR = 3,97
- 5. NNT = 14
- 6. PPV = 93,4 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.