Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 90% en een specificiteit van 66%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohortonderzoek droegen blootgestelde mensen 4800 persoonsjaren bij met 151 nieuwe gevallen, en niet-blootgestelde mensen 6300 persoonsjaren met 132 nieuwe gevallen. Bepaal de incidentiedichtheidsratio IRR (blootgesteld versus niet-blootgesteld). Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 94% en een specificiteit van 85%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 10%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 86% en een specificiteit van 86%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 20%. Bepaal de negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. NPV = 72,8 %
- 2. PPV = 55,8 %
- 3. LR− = 0,15
- 4. IRR = 1,5
- 5. PPV = 41 %
- 6. NPV = 96,1 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.