Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 120 patiënten met een ziekte (cases) en 600 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een cohort werden groepen mensen verschillend lang gevolgd (zie de tabel: aantal mensen en jaren follow-up per groep). Tijdens de follow-up traden 61 nieuwe gevallen op. Bepaal de incidentiedichtheid IR per 1000 persoonsjaren. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 89% en een specificiteit van 95%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 10%. Bepaal de negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 82% en specificiteit 76%. De prevalentie van de ziekte is 23%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. PPV = 55 %
- 2. NPV = 99,5 %
- 3. OR = 0,43
- 4. IR = 14 per 1000 persoonsjaren
- 5. NPV = 98,7 %
- 6. FP = 1848
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.