De handvatten van een tang worden samengeknepen met 120 N elk, 120 mm van de pen O, en de bek klemt een draad 30 mm van de pen. Neem aan dat alle krachten loodrecht op het handvat staan. Bepaal de kracht FO die de pen overbrengt.
Werkblad Raamwerken en machines met antwoorden
Een hand knijpt de handvatten van een tang samen met 80 N elk, 110 mm van de pen O. De bek klemt een bout 24 mm van de pen. Bepaal de klemkracht Q op de bout.
Het getoonde raamwerk heeft scharnieren in A, B en C; A en C zitten 3 m uit elkaar aan de grond vast, en B ligt 4 m boven de grond en 1,8 m rechts van A. Een verticale belasting van 10 kN werkt op staaf AB in K, 0,45 m (horizontaal) van A. Bepaal de kracht FBC in staaf BC.
De getoonde hoekhefboom draait om de pen O. Een verticale kracht van 200 N in A (150 mm van O) wordt in evenwicht gehouden door een horizontale kracht in B (60 mm boven O). Bepaal de grootte van de penreactie FO.
Een homogene horizontale giek AB met een gewicht van 0,5 kN is in A scharnierend aan een muur bevestigd en wordt vastgehouden door een kabel van zijn uiteinde B naar het punt C op de muur, 3 m boven A. In B hangt een last van 2 kN. Bepaal de spanning T in de kabel.
Een homogene horizontale giek AB met een gewicht van 1,5 kN is in A scharnierend aan een muur bevestigd en wordt vastgehouden door een kabel van zijn uiteinde B naar het punt C op de muur, 1 m boven A. In B hangt een last van 4 kN. Bepaal de spanning T in de kabel.
Antwoordenblad
- 1. FO = 600 N
- 2. Q = 366,7 N
- 3. FBC = 1,566 kN
- 4. FO = 538,5 N
- 5. T = 4,373 kN
- 6. T = 15,02 kN
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.