Bij erwtenplanten is paars (A) dominant over wit (a). Een plant met genotype Aa wordt gekruist met een plant met genotype aa. Wat is de kans P dat een nakomeling witte bloemen heeft?
Werkblad Genetica met antwoorden
Bij erwtenplanten is paars (A) dominant over wit (a). Een plant met genotype Aa wordt gekruist met een plant met genotype Aa. Wat is de kans P dat een nakomeling paarse bloemen heeft?
Lang (A) is dominant over kort (a), en ronde zaden (B) over gerimpelde (b). De genen liggen op verschillende chromosomen. Wat is bij de kruising AaBb × Aabb de kans P dat een nakomeling lang, ronde zaden is?
Lang (A) is dominant over kort (a), en ronde zaden (B) over gerimpelde (b). De genen liggen op verschillende chromosomen. Wat is bij de kruising AaBb × aabb de kans P dat een nakomeling lang, gerimpelde zaden is?
Twee AaBb-ouders worden gekruist. Gen A geeft zwarte vacht (dominant) of witte vacht; gen B geeft ronde zaden (dominant) of gerimpelde zaden. Klik op het ene vakje voor een nakomeling die toont witte vacht en is homozygoot voor ronde zaden is.
- 1AB × aB
- 2AB × Ab
- 3AB × ab
- 4AB × AB
- 5Ab × aB
- 6Ab × Ab
- 7Ab × ab
- 8Ab × AB
- 9ab × aB
- 10ab × Ab
- 11ab × ab
- 12ab × AB
- 13aB × aB
- 14aB × Ab
- 15aB × ab
- 16aB × AB
Twee AaBb-ouders worden gekruist. Gen A geeft zwarte vacht (dominant) of witte vacht; gen B geeft gele zaden (dominant) of groene zaden. Klik op het ene vakje voor een nakomeling die homozygoot voor zwarte vacht en voor gele zaden is.
- 1aB × Ab
- 2aB × aB
- 3aB × ab
- 4aB × AB
- 5Ab × Ab
- 6Ab × aB
- 7Ab × ab
- 8Ab × AB
- 9AB × Ab
- 10AB × aB
- 11AB × ab
- 12AB × AB
- 13ab × Ab
- 14ab × aB
- 15ab × ab
- 16ab × AB
Antwoordenblad
- 1. P = 0,5
- 2. P = 0,75
- 3. P = 0,375
- 4. P = 0,25
- 5. aB × aB
- 6. AB × AB
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.