Een warmtepomp met een prestatiecoëfficiënt van 4,7 levert 14,5 kW warmte aan een huis. Vind het elektrisch vermogen Ẇ dat hij gebruikt.
Werkblad Warmtemotoren en koelmachines met antwoorden
Een warmtepomp met een prestatiecoëfficiënt van 2,7 levert 6 kW warmte aan een huis. Vind het elektrisch vermogen Ẇ dat hij gebruikt.
Een omkeerbare koelmachine houdt een koelcel op 2 °C door 5,5 kW warmte te onttrekken, en staat warmte af aan de omgeving op 25 °C. Vind de warmtestroom Q̇H die hij afstaat.
Een warmtemotor krijgt warmte van een bron op 850 °C en staat warmte af aan de omgeving op 20 °C. Het werkelijke thermisch rendement is 55%. Vind het exergetisch rendement ηII, de verhouding van het werkelijke rendement tot het Carnotrendement.
Een koelkast houdt de koude ruimte op -20 °C in een keuken van 32 °C, en onttrekt warmte aan de koude ruimte met 2 kW. Vind het minimaal benodigde vermogen Ẇmin.
Een koelkast houdt de koude ruimte op -10 °C in een keuken van 32 °C, en onttrekt warmte aan de koude ruimte met 2,5 kW. Vind het minimaal benodigde vermogen Ẇmin.
Antwoordenblad
- 1. Ẇ = 3,085 kW
- 2. Ẇ = 2,222 kW
- 3. Q̇H = 5,96 kW
- 4. ηII = 74,43 %
- 5. Ẇmin = 0,4108 kW
- 6. Ẇmin = 0,399 kW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.