In een tegenstroomwarmtewisselaar koelt de warme vloeistof af van 110 tot 85 °C terwijl de koude vloeistof opwarmt van 15 tot 55 °C. Vind het logaritmisch gemiddeld temperatuurverschil ΔTlm.
Werkblad Warmtewisselaars (LMTD) met antwoorden
In een tegenstroomwarmtewisselaar koelt de warme vloeistof af van 155 tot 50 °C terwijl de koude vloeistof opwarmt van 15 tot 50 °C. Vind het logaritmisch gemiddeld temperatuurverschil ΔTlm.
Een meestroomwarmtewisselaar draagt 360 kW over. Het warmtewisselend oppervlak is 10 m². De warme vloeistof koelt af van 110 tot 75 °C en de koude vloeistof warmt op van 10 tot 20 °C. Vind de warmtedoorgangscoëfficiënt U.
Een pijpenbundelwarmtewisselaar (één mantelgang, twee buisgangen) moet 530 kW overdragen. De warme vloeistof koelt af van 170 tot 155 °C en de koude vloeistof warmt op van 25 tot 60 °C. De LMTD-correctiefactor voor deze opstelling is F = 0,95, en U = 500 W/(m²·K). Vind het benodigde warmtewisselend oppervlak A.
Warme olie (1,5 kg/s, cp = 2,1 kJ/(kg·K)) koelt af van 100 tot 55 °C in een tegenstroomwarmtewisselaar. Ze verwarmt 1,5 kg/s water (cp = 4,18 kJ/(kg·K)) dat binnenkomt op 20 °C. Met U = 300 W/(m²·K), vind het benodigde warmtewisselend oppervlak A.
Warme olie (1 kg/s, cp = 2,5 kJ/(kg·K)) koelt af van 95 tot 65 °C in een tegenstroomwarmtewisselaar. Ze verwarmt 0,5 kg/s water (cp = 4,18 kJ/(kg·K)) dat binnenkomt op 15 °C. Met U = 200 W/(m²·K), vind het benodigde warmtewisselend oppervlak A.
Antwoordenblad
- 1. ΔTlm = 62,2 K
- 2. ΔTlm = 63,72 K
- 3. U = 478,3 W/(m²·K)
- 4. A = 9,32 m²
- 5. A = 10,44 m²
- 6. A = 7,979 m²
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.