Een machine hoort flessen gemiddeld met 50 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 5 mL. Een steekproef van 36 flessen heeft een gemiddelde van 48,83 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 50.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een leverancier beweert dat de gemiddelde breeksterkte van een kabel 75 kN is; je vermoedt dat die hoger is. De standaardafwijking is bekend en is 4 kN. Je neemt een steekproef van 64 kabels en toetst H₀: μ = 75 kN tegen H₁: μ > 75 kN bij α = 0,01. Boven welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Een steekproef van 81 studenten heeft een gemiddelde score van 49,6 en een steekproefstandaardafwijking van 4. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 50.
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 100 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 6. Een aselecte steekproef van 144 waarnemingen heeft een gemiddelde van 98,8. Toets H₀: μ = 100 tegen H₁: μ < 100. Bereken de p-waarde p.
In een onderzoek herstellen 63 van de 250 patiënten met behandeling A en 12 van de 120 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 49,9. De standaardafwijking van de populatie is 4. Bereken de bovengrens U van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. z = −1,404
- 2. x̄c = 76,16 kN
- 3. t = −0,9
- 4. p = 0,008198
- 5. z = 3,405
- 6. U = 50,84
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.