Een ideale LC-schakeling heeft L = 100 µH en C = 2,2 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 10 µF wordt opgeladen tot 15 V en dan op een ideale spoel van 100 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in mJ.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 10 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 500 kHz met Q = 2. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een serie-RLC-schakeling (R = 10 Ω, L = 470 µH, C = 22 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 500 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 50 kHz en 75 kHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 339,3 kHz
- 2. W = 1,125 mJ
- 3. f1 = 7,208 kHz
- 4. f1 = 390,4 kHz
- 5. Ecycle = 25,26 µJ
- 6. Q = 2,449
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.